Hard zwoegen en een gutswandeltocht (dag 8)
De achste dag van onze reis brak aan in het warme Servië. Vandaag verliep net even wat anders dan de andere dagen. Dit gold echter niet voor onze ochtend en onze werkzaamheden. Na het ontbijt gingen we allen weer naar de verschillende locaties waar wij werkzaam zijn. Bij de gehandicaptenopvang, in het Romadorpje voor zowel bouwen als kinderwerk, op ons verblijf en bij het huis van de moeder en haar gehandicapte zoon. Op de laatstgenoemde locatie werden vandaag de puntjes op de i gezet. Toen wij begonnen met de werkzaamheden in dit huis, leek het er eerder op een schuur, dan op een huis, maar nu alles daar klaar is, is het een heel stuk leefbaarder geworden voor de zoon en de moeder, die zich vol overgave inzet voor haar zoon. Ondertussen werd er bij de Roma’s kinderwerk verricht en daar werd er nogal gevochten om de hand van Lynn. Ofja… Toen Max en Lynn elkaar een knuffel gaven, werd een van de Roma kinderen jaloers en probeerde hij Max een kopje kleiner te maken. Wel leuk dat ie Max probeerde een kopje kleiner te maken, want die is al niet heel groot. Gelukkig viel het allemaal wel mee, maar de jongen had toch wel degelijk een oogje op Lynn. Bij terugkomst op ons verblijf, betrof de lunch chocoladebroodjes. Je kunt wel raden dat deze door ons zeer gewaardeerd werden. Na de lunch hadden we een half uur om ons op te maken voor een wandeling van drie uur die geleid zou worden door Samuel, een van de beheerders van ons verblijf. Wandelen is wellicht een zachte term voor iets dat in werkelijkheid steile helling op en steile helling af was. De groep was dan ook verdeeld tussen de mensen die het leuk vonden, de mensen die het pittig vonden, maar uiteindelijk wel blij waren dat ze mee geweest zijn en mensen die het een absolute hel hadden gevonden. De climax van het verhaal zou een meer zijn waar we, op het eind van de tocht, in gingen zwemmen, maar daar ging de grootste azijnzuiperd van Servië een stokje voor steken. Wat zijn echte naam is weten wij niet, maar hij werd na deze aanvaring zure Jochem genoemd. We kwamen aan bij een prachtig meer, gelegen tussen de bergen met een prachtige, haast chemische, kleur blauw/groen. Maar kennelijk was dit privé terrein en was zure Jochem de wachter van het meer. Met zijn 1.70m was hij echter niet heel intimiderend. Hij stond het niet toe dat we gingen zwemmen en we mochten ook geen foto’s maken van het meer. De fotos werden wel gemaakt, terwijl zure Jochum probeerde om bij enkelen zijn hand voor de camera te houden. Laten we het houden op proberen, want er zijn genoeg fotos van het meer gemaakt. Hij bleef echter maar in het Servisch praten, maar had kennelijk te weinig hersencapaciteit om te snappen dat we er geen klote van konden verstaan. Zoals ik al zei mochten we niet zwemmen, maar toch vonden we het leuk om met zn allen naar het water te marcheren. Wat wilde zure Jochum gaan doen tegen meer dan 40 Nederlanders. Ook hadden enkelen het plan om Jochum zelf het water in te jonassen, maar uiteindelijk besloten we om te vertrekken. Een kleine domper, maar een groot aantal van de groep klimmers reed naar de Donnau om daar een lekkere duik in te nemen. Eenmaal thuisgekomen van de zware tocht, rond 8 uur, stond er eten voor ons klaar. Ditmaal was er spaghetti met een moker vette gehaktsaus te bikken. Dit is een typische maaltijd die je lichaam laat smeken om diarreeremmers. Na één bord hadden sommigen al het gevoel in hun maag dat ze met hun diarreekanon het toilet moesten gaan beschieten. Voor de rest van de avond was er geen programma en dat gaf de groep vermoeide wandelhelden de gelegenheid om te gaan slapen.
En voor wie niet kan slapen zonder rijmpje:
“Zure Jochum is zijn naam,
Voor een man best wel klein,
En elke dag drinkt hij een litertje azijn”.